Dit weekend hebben we Suriname opnieuw van een andere kant leren kennen. Samen met Vera, Sandra en Leen bracht een 4-uurdurende rit ons van Paramaribo naar Nieuw-Nickerie in het uiterste westen van Suriname. Verschillende dorpjes zoals Groningen, Groot Henar, Coronie, Saramacca, … verdienden een stop tijdens onze rit. Het Westelijke deel van Suriname is gekend omwille van de uitgestrekte rijstvelden. We hielden ook halt in Wageningen waar we de vergane glorie van de verlaten rijstpellerij van SLM (Stichting voor Machinale Landbouw) konden aanschouwen. Aangekomen in Nieuw-Nickerie verkenden we de stad te voet. Maar op de middaguren viel er niet veel te beleven, aangezien Nieuw-Nickerie gekend is om zijn ‘middagdutje’. We reden de 7km lange zeedijk af om een Hindoestaanse tempel te bezoeken met z’n kleurrijke godenbeelden. De Zeedijk is recent ‘gerenoveerd’, want achterstallig onderhoud had al eens een dijkdoorbraak veroorzaakt. Het dreigende gevaar van de Atlantische oceaan is dus het zorgenkindje van de Nickerianen. Na enkele boodschappen: borden, bestek, kip, ijsblokjes, Fernandes soft en enkele djogo’s (literflessen Parbo-bier) troffen we onze gids, Mantje, bij de boot aan. Hij stond al enkele uren paraat om ons in de mangroves van Bigi Pan te brengen (Leve de surinaamse manier van afspraken maken J). Bigi Pan is een groot moerasgebied met uitgestrekte moddervlaktes, het is 235 000 ha met adembenemende natuur en vele vogels die er een tussenstop maken vanuit Canada op weg naar Zuid-Amerika. Ook toen we onze overnachtingsplaats aanschouwden, ging dit mijn fantasie te boven: een paalwoning midden in een wateroppervlakte met hier en daar een groene grens zo ver het oog kon reiken. In onze ‘hut’ maakten we gezellig samen lekkere bami en kip klaar met de nodige voorafgaande Parbo-aperitief en de traditiegetrouwe zoete Mantjes-cocktail. Na het feestmaal gingen we op zoek naar kaaimannen, maar buiten wat rode oogjes boven het wateroppervlak waren er geen te bespeuren. Wel kregen we een spektakel waarbij een giftige slang subtiel en langzaam steeds dichter bij een rat sloop. Prachtig om dit levensgevaarlijke spel live in de natuur gade te slaan. De ‘ambetante’ muggen namen we er dan graag bij. Vier hangmatten op een rij met een magnifiek uitzicht was de ideale overnachtingsplek.
’s Ochtends stonden we op met een echte oorverdovende tropische regenbui, maar dit kon ons humeur niet bederven. We maakten ons klaar om vis te vangen en eenmaal op de boot maakten de wolken plaats voor de eerste zonnestralen van de dag. Bij de visplaats aangekomen, hielp ik met alle plezier Mantje om het net uit te hangen. Eens het net gespannen was vaarden we door het moeras op zoek naar vogels. Echt zoeken moesten we niet doen: koereigers, zilverreigers, blauwe reigers, een zwarte arendbuizerd, rode ibissen, een oehoe-uil, een soort valk, roodkopgieren, boomkruipers, zwaluwen, een stralende zon, … We kwamen ogen te kort! Na een klein uurtje varen kwamen we bij de Atlantische oceaan waar we zicht hadden op een gigantische modderige vlakte vol kleine strandlopers, één-scharige krabben, roofvogels en nog andere soorten vogels op zoek naar voedsel, … met in de verte de zee. Na een strandwandeling genoten we van een heerlijk modderbad op de zeebodem, het was eb. Wat een luxe! We ploeterden er op los, smeerden elkaar vol en genoten van het mooie weer. Met een zachte huid (en onmiskenbare moerasgeur) werd de terugtocht naar onze visnetten ingezet. Zo’n 20 tilapia-vissen en nog meer zoetwaterkrabben hadden zich laten vangen waardoor we een gigantisch middagmaal konden bereiden! Mantje leerde ons vis kuisen (vinnen afknippen, schubben afsnijden, in stukken snijden, ingewanden uithalen, afspoelen) en een heerlijke viscurry bereiden (olie, ajuin, knoflook, maggiblokjes, pepers, tomatensaus, massala, water, zout, …). We lieten het ons smaken met een goeie portie Surinaamse rijst erbij. Met pijn in het hart verlieten we deze unieke plaats, maar ook de terugkeer met de boot hield een leuke verrassing in. In de laatste bocht op weg naar de Nickerierivier, spotte ‘ons’ Mantje een kaaiman. We naderden zeer dicht met de boot om unieke foto’s te maken. Leen waagde zich er zelfs aan om de staart te aaien. Dit lukte vrijwel goed, tot hij een snelle beweging maakte en we allemaal één meter de lucht insprongen! Met alle vingers en tenen er nog aan, werden we aan wal gezet, waarna een korte autorit volgde naar een rijstpellerij. Daar werd ons het hele proces van aanvoer, drogen gedurende 12uur, pellen, selecteren, verpakken, … uit de doeken gedaan. Deze 100% Surinaamse economische activiteit was een interessante afsluiter van dit bijzondere stukje Suriname dat we hebben leren kennen. Een veilige rit richting Paramaribo volgde waarna de welverdiende slaaprust kwam. En dat is broodnodig, want de komende weken staan wij al om 7u paraat in het ’s Lands Hospitaal. Deze week vertroeven we op de prenatale poli, om erna naar de verloskamers te verhuizen.
’s Ochtends stonden we op met een echte oorverdovende tropische regenbui, maar dit kon ons humeur niet bederven. We maakten ons klaar om vis te vangen en eenmaal op de boot maakten de wolken plaats voor de eerste zonnestralen van de dag. Bij de visplaats aangekomen, hielp ik met alle plezier Mantje om het net uit te hangen. Eens het net gespannen was vaarden we door het moeras op zoek naar vogels. Echt zoeken moesten we niet doen: koereigers, zilverreigers, blauwe reigers, een zwarte arendbuizerd, rode ibissen, een oehoe-uil, een soort valk, roodkopgieren, boomkruipers, zwaluwen, een stralende zon, … We kwamen ogen te kort! Na een klein uurtje varen kwamen we bij de Atlantische oceaan waar we zicht hadden op een gigantische modderige vlakte vol kleine strandlopers, één-scharige krabben, roofvogels en nog andere soorten vogels op zoek naar voedsel, … met in de verte de zee. Na een strandwandeling genoten we van een heerlijk modderbad op de zeebodem, het was eb. Wat een luxe! We ploeterden er op los, smeerden elkaar vol en genoten van het mooie weer. Met een zachte huid (en onmiskenbare moerasgeur) werd de terugtocht naar onze visnetten ingezet. Zo’n 20 tilapia-vissen en nog meer zoetwaterkrabben hadden zich laten vangen waardoor we een gigantisch middagmaal konden bereiden! Mantje leerde ons vis kuisen (vinnen afknippen, schubben afsnijden, in stukken snijden, ingewanden uithalen, afspoelen) en een heerlijke viscurry bereiden (olie, ajuin, knoflook, maggiblokjes, pepers, tomatensaus, massala, water, zout, …). We lieten het ons smaken met een goeie portie Surinaamse rijst erbij. Met pijn in het hart verlieten we deze unieke plaats, maar ook de terugkeer met de boot hield een leuke verrassing in. In de laatste bocht op weg naar de Nickerierivier, spotte ‘ons’ Mantje een kaaiman. We naderden zeer dicht met de boot om unieke foto’s te maken. Leen waagde zich er zelfs aan om de staart te aaien. Dit lukte vrijwel goed, tot hij een snelle beweging maakte en we allemaal één meter de lucht insprongen! Met alle vingers en tenen er nog aan, werden we aan wal gezet, waarna een korte autorit volgde naar een rijstpellerij. Daar werd ons het hele proces van aanvoer, drogen gedurende 12uur, pellen, selecteren, verpakken, … uit de doeken gedaan. Deze 100% Surinaamse economische activiteit was een interessante afsluiter van dit bijzondere stukje Suriname dat we hebben leren kennen. Een veilige rit richting Paramaribo volgde waarna de welverdiende slaaprust kwam. En dat is broodnodig, want de komende weken staan wij al om 7u paraat in het ’s Lands Hospitaal. Deze week vertroeven we op de prenatale poli, om erna naar de verloskamers te verhuizen.
Riet
Geen opmerkingen:
Een reactie posten