Hallo,
Woorden als adembenemend, onbeschrijfelijk, een oneindig groen tapijt, ongerepte natuur,… zijn een poging om deze voorbije Surinaamse week te omschrijven. Samen met mijn ouders wierp ik me in het avontuur en zakten we af naar het binnenland. Een lange busrit (over Surinaamse ongeasfalteerde wegen met meer putten dan platte delen, tot in het dorpje Witagron) en een korjaaltocht later werden we ‘gedropt’ op het Fungu-eiland, gelegen in de Coppenamerivier. We genoten van een prachtig uitzicht over een stroomversnelling in de rivier vanuit onze ‘kamer’. Het zicht van de ongerepte natuur deed ons al snel de lastige bustocht vergeten. Bij elke uitstap werden we met een korjaal dieper het binnenland in gebracht. De volgende dag stond de wandeling van de Voltzberg op het programma. Hoewel ‘klim’ misschien iets beter zou passen bij de omschrijving. De slechts 240m-hoge Voltzberg, een enorme granietrots, duikt als het niets op uit het groene regenwoudtapijt, met tot gevolg een échte beklimming. De 3 liter drinkwater per persoon was na afloop van de tocht volledig verbruikt om het nodige ‘vochtverlies’ te compenseren. Maar het wonder geschiedde: zodra we één blik op het woud wierpen, waren we de zware beklimming vergeten. Met een euforisch gevoel begonnen we aan de afdaling, hoewel we snel weer met beide voetjes op de begane grond stonden voor deze nieuwe uitdaging. Want in ‘the-middle-of-no-where’ wil je echt niet een enkel kneuzen of been breken, er is slechts 1 weg terug, dezelfde als de heentocht en deze kan enkel te voet worden afgelegd. Na de tocht baden we in de rivier tijdens een regenbui, maar dit kon de aangename verkoeling niet bederven. De volgende dag stond op het programma, een wandeling met gids die uitgebreid vertelde over de fauna en flora die we rondom ons zagen: ara’s, toekans, brulapen (babun), doodskopaapjes (monkimonki), baardapen (bisa), zwarte spinapen (kwata), kaaimannen, mannelijke en vrouwelijk schildpadlianen, jodiumbomen, mopé, boletribomen, … Na deze onderdompeling van 100% pure natuur, was de terugkeer naar de ‘bewoonde wereld’ letterlijk een confronterende onderneming. De 2u durende boottocht gebeurde in één continu durende tropische regenbui, waarbij een poncho of cape de eerste 5 minuutjes nog een licht effect hadden, maar daarna stroomde er evenveel regenwater boven als onder de cape door. De rust en eenvoud op het Fungu-eiland, maar ook de extreem vermoeiende oerwoudtochten en het tropische klimaat leerden ons het tropische regenwoud kennen als een openluchtdierentuin, waar gevaar in een klein hoekje schuilt.
Deze week werd prachtig afgesloten met een trip, samen met Leen, naar Galibi. Galibi is een natuurreservaat in het mondingsgebied van de Marowijnerivier. Dit natuurreservaat beschikt over de prachtige zandstranden Baboensanti en Eilantie, waar ieder jaar de reuzenschildpadden hun eieren komen leggen van eind januari tot augustus. Rond 20u vertrokken we met de boot vanuit onze overnachtingsplek naar de stranden om deze schildpadden te spotten. Onze bootman voer onze boot, zonder verlichting maar wel onder een prachtige overvolle sterrenhemel met een sikkeltje maan, probleemloos naar het schildpaddenstrand. Daar aangekomen werd een schildpad gesignaleerd die het strand opkwam. Op afstand moesten we wachten totdat de schildpad begon te ‘nesten’ (= met roeiende bewegingen van de voorpoten een gat graven). Deze schildpad vond echter geen geschikte plaats om te graven (te veel wortel van de nabijgelegen struiken en bomen), zodat ze zich ‘bedacht’ en terug richting zee ging. Toen gingen we snel een kijkje nemen om toch een eerste ‘glimp’ van een reuzenschildpad op te vangen. Ons geduld werd echter beloond, want niet veel later troffen we een andere schildpad aan die reeds een gat had gegraven en volop ‘in trance’ begon aan het werpen van ruim honderd eieren, zo groot als pingpongballen. We konden zelfs tussen de twee achterpoten en de staart kijken naar het vallen van de eitjes in de gegraven kuil. We bleven muisstil zitten om de hele ceremonie niet te verstoren. Na het werpen van het laatste eitje gooide de schildpad weer het gat dicht en camoufleerde het nest door het zand om te woelen. Het stil aanwezig zijn bij deze grote dieren en de pracht van het leggen van deze eieren, waarvan slechts 1/1000 een volwassen schildpad wordt, deed aan als een unieke ervaring in ons leven. De nachtelijke boottocht terug was prachtig onder de heldere sterrenhemel waar Zuid-Amerika gekend voor staat. De 2de dag staken we de Marowijnerivier over en bezochten Saint-Laurent-du-Maroni in Frans-Guyana. Treffend was het om dit deeltje Frankrijk hier aan te treffen: keurig aangelegde straten met prachtig onderhouden gebouwen, rechts rijdende wagens met franse nummerplaat, betalen in euro’s, Zuid-Franse siëstasfeer over de middaguren, … Zeer jammer vonden we het dat we niet het Camp de la Transportation konden bezoeken omwille van ‘onduidelijk redenen’. Frans-Guyana fungeerde als strafkolonie tussen 1852 en 1953 voor de 70.000 gevangenen uit Frankrijk. Dit stukje geschiedenis zagen we aan onze neus voorbij gaan, maar zoals een rationale ‘hollander’ uit een andere groep zei: ‘Dan hebben we ten minste een reden om terug te komen.’ Veilig terug in Paramaribo, na een lange busrit, konden we voldaan terugdenken aan deze prachtige week. Een aanbod van prachtige natuur en een mooie culturele afsluiter zorgde voor een echte vakantieweek in het Suriname met zijn vele facetten!!!
Tan bu, het gaat je goed.
Riet